‘LIJN 3′ is de titel van een fototentoonstelling die nog tot 28 maart 2010 loopt in het Caermersklooster over de Brugse Poort. Gedurende meer dan een jaar trokken 6 bekende persfotografen van De Morgen en De Standaard (Filip Claus, Tim Dirven, Jonas Lampens, Jimmy Kets, Bob Van Mol en Yann Bertrand) door de meest bekende volksbuurt van Gent, rondgeleid door Jan Beke, zoon van de ex-burgemeester en toen straathoekwerker in de Brugse Poort.
Fotografen in de Brugse Poort zijn niet nieuw: het fotocollectief Fixatief brengt al sinds jaar en dag beelden uit deze boeiende wijk met een sociaal-emancipatorische inslag. De fotografen van ‘LIJN 3′ brengen ons een verrassend harder beeld van de buurt dan de positieve beelden van Fixatief. De persfotografen maakten van de deuren die Jan Beke voor hen opende gebruik om ons een kijk te geven op de minder fraaie kanten van onze maatschappij, zoals drugverslaafden, krakers en dakloze Roma-zigeuners. Deze harde portretten worden afgewisseld met typerende beelden van het straat- en caféleven – dikwijls met een humoristische noot, zoals de schitterende beelden van de wijkagent die na zijn uren een Elvis-imitator blijkt te zijn. Lees verder…
Een paar maand geleden hadden we nog zitten grijnzen voor televisie, met een aflevering van een VTM-programma waar onze buurt werd getoond. Grijnzen omdat we het wel konden relativeren: het opzet van zo’n programma is immers contrast tonen. Er was sprake van een Wilde Weldoener (die vanzelfsprekend als een luxebeest werd getoond) die in een arme wijk werd gedropt en daar alle miserie te zien kreeg die achter de dunne muren van arbeidersgevels placht te bestaan. Voor het contrast werd de hele wijk afgeschilderd als een drugsnest waar gewone mensen niet durven buitenkomen omdat ze om de haverklap overvallen worden. Voor het gemak werd ook even gedaan alsof wij ons huis hier allemaal met kolen verwarmen en buiten naar het toilet moeten. Een toilet zonder stromend water, dat spreekt.
We waren ietwat beledigd op sommige momenten: toen men ons “achtergesteld” en “verloederd” noemde. Of toen één van de buurtkindjes die we toevallig kennen door de voice-over een straatkind werd genoemd. Ah ja, dachten we. Ze moeten televisie maken en het is en blijft VTM, natuurlijk.
En toen was het een paar maand later en was onze buurt weer onderwerp van een reportage: Canvas, deze keer. In het kwaliteitsvolle Terzake, waar men van Ernstige Journalistiek doet.
Na afloop zaten mijn lief en ik wat verslagen in de zetel. Hij keek naar mij, ik keek naar hem en we zwegen allebei. We waren er stil van geworden, van deze Ernstige Journalistiek. Of we in dezelfde buurt woonden als ze daar getoond hebben, vroegen we ons af. Of we blind zijn dat we die dingen zo scherp niet zien. We kwamen tot de conclusie dat we misschien beter zien dan sommige andere mensen, dan sommige niet-bewoners. Beter zien, omdat we ook voorbij het karikaturale beeld durven kijken dat in deze reportage werd geschetst. Lees verder…
Weet je nog die keer dat we plannen smeedden om Brugge binnen te trekken? Op 21 februari is het zo ver. Het vroeg in elk geval de nodige overtuigingskracht om het strenge redactieteam te overtuigen. “Waar is de link met Gent?” Ha, die was gemakkelijk gevonden, de organisatie is gevestigd in Gent. En je wil het Gentse talent toch ook aan de wereld tonen. Ja, maar in Brugge? Ok, als ik het zeg klinkt het als Bruhhe. Maar dat went wel.
Als ik de lijst bekijk, hoeft er zelfs niet gediscussieerd te worden. Zo veel Gents talent, bekend en nog niet bekend. Ik haal er een paar uit, maar ik weet al waar ik zondag 21 februari rondloop. Neem nu Maja Vermeiren, ze staat de voorlaatste in de lijst van krijgers maar ik ben er alvast zot van. Romantische sfeer en mooie kleuren. Dit wil ik meteen gaan voelen en uitproberen. Ook de foto’s op haar facebook zijn heel uitnodigend. Alleen heb ik nergens een adres gevonden en dus zit er niks anders op dan te wachten, vrees ik. Uit Gentbrugge sturen we de Lovely Mariquita, een deel van de redactie begint spontaan te zuchten, de mannen bergen de kredietkaart snel weg. De schattige beestjes vormen een leuk accent op de schitterende ontwerpen, een beetje speels. Zo maakt Lovely Mariquita de wereld meteen een stukje mooier. Forêt Féerique haalt zo de vrouw in je boven, met elegantie, verbeelding en originaliteit. Met een rokje of een jurkje van Mis-en-plis is de zomer gewoon in zicht, dat kan toch niet anders. Bij Roos Vandekerckhove is het zoeken naar een label: Scandinavisch, strakke figuren, grote vlakken, vrolijke kleuren,… Caro D’Hooghe verjaagt dan weer de regen, in Brugge, in Gent en in Londen.
Wat denk je? Is Wachtebeke nog Gent of niet echt meer? Er zijn alvast meer bomen om herten te spotten, maar in Gent lopen ze ook wel eens rond. I love deer heeft alvast schitterende t-shirts. Ik wil er alvast één cadeau doen aan iemand bij ons thuis die beweert geen t-shirts meer nodig te hebben. Eens zien of hij hier ook aan kan weerstaan. En anders is er nog Aaitski, okselfrisse t-shirts voor het ganse gezin noemen ze het. Als je het liever wat stoer hebt, is Black Balloon misschien wel meer je ding? Stoer leder, hippe wat futuristische designs. Dankzij Lindeboom komen ook gothics aan hun trekken. Zwart en toch meisjesachtig, als dat geen niet-alledaagse combinatie is. Charlotte Claeysier tekent dan weer voor mannen die er goed uit willen zien. Ze zijn zo zelden, mooie mannencollecties. Lees verder…
Een paar weken geleden hadden mijn man en ik onverwacht een avondje zonder de kinderen (lang leve oma), en dan gaan we graag – als echte Bourgondische Vlamingen – iets eten.
Omdat het al eventjes geleden was, wilden we er meteen wel iets meer dan ‘iets’ van maken, en werd het een van Gents betere restaurants, of dat hadden we ons toch laten vertellen.
De Korenlei kan in elk geval wel tellen als locatie natuurlijk, al ligt dit restaurant eigenlijk in het verlengde van de brug, en loop je er dus gewoon binnen als je de Korenlei afloopt. Je kan er terecht voor lunch, diner, maar er is ook een terras voorzien, en een ruimte voor grotere groepen. Eigenlijk is het gewoon een groot herenhuis, waarbij de keuken blijkbaar in de kelder is gelegen, en de eetruimte bestaat uit de verschillende kamers die in elkaar overlopen.
Onze eerste indruk was: gezellig, maar druk. Het restaurant zat goed vol, en we kregen een tafeltje in een van de achterste kamers. Quasi onmiddellijk werd de kaart gebracht, en nam men de drankjes op.
Het menu van 50 euro (zonder wijnen, 63 euro met) zag er heerlijk uit, maar eigenlijk zagen bepaalde gerechten van de kaart er nóg aanlokkelijker uit, zodat we à la carte bestelden.
Mijn wederhelft bestelde meteen een karaf rode wijn (15 euro) als opener, ik hield het bij een glas versgeperst fruitsap (4 euro). Beide kwamen er gezwind aan, vergezeld van een paar knap gepresenteerde voorafjes.
Toen ik vijf jaar geleden met mijn fototoestel voor de eerste keer naar Opatuur trok, voor een artikel voor Gentblogt, had ik van hem nog niet gehoord. Ik was helemaal nieuw in het wereldje, en dank zij het aanhoudend gezaag van de mederedactieleden naar dat artikel en mijn enthousiasme over de (helaas rokerige) jazzkroeg, ben ik er ondertussen redelijk in blijven plakken. Een paar maanden later was er het Blue Note Festival, editie 2005, dat ondertussen al twee keer van naam is veranderd. Het was toen nog net iets gemakkelijker voor fotografen om er een fotopas te versieren, en –alweer– via Gentblogt kwam ik daar vlotjes frontstage te staan. Eén fotograaf stak er met kop en schouders bovenuit, niet zozeer door zijn gestalte, maar wel door de ogenschijnlijke bedaardheid waarmee hij eerst de scène overschouwde, en vervolgens doelbewust een paar foto’s ging maken. Hij had een gigantische lens op één van zijn toestellen zitten, en stond vaak aan de zijkant rustig te kadreren, geholpen door een monopod, afwachtend tot de artiest net op die manier in zijn lens kwam gesprongen als hij voor ogen had.
Achteraf hoorde ik dat die man Jos Knaepen was (met vaak nog een ‘L.’ tussen zijn naam), die bekend stond als de jazzman. Hij was de officiële festivalfotograaf. Gaandeweg heb ik Jos beter leren kennen, en hoewel hij uiterlijk veelal rustig blijft, heeft hij een gefundeerde mening over zijn vak. Een visie, die hij graag deelt met de minder ervaren fotografen. Fotograferen is kijken en zien, stelt Jos. Observeren hoe zo’n artiest zich gedraagt, en dan weet je gewoon wanneer die goede foto eraan komt. De foto’s van Jos zijn herkenbaar, en dat ze goed zijn, merkt men ook aan de internationale belangstelling die er voor zijn werk is.
Ik had in de aanloop van de verkiezingen (welke verkiezingen? oh, zowal elke verkiezing de afgelopen vijf jaar) het plan om voor Gentblogt een groot onderzoek van de internetaanweizgheid van, euh, tja, de kandidaten, de partijen, allerlei te doen.
Te ruim van opzet, overmoed, en het altijd populaire geen tijd wegens veel andere dingen te doen, maakten dat het nooit lukte.
Ik herinner me van mijn vorige pogingen dat het internet in politiek Vlaanderen toch vooral wat huilen met allerlei hoofddeksels op was: lelijke websites, weinig informatie, nog minder interactie, en vooral het gevoel dat tinterweb écht wel de laatste zorg van de meeste campagnes was.
Akkoord, er moést wel een website zijn — we moeten mee met de tijd, mijnheer mevrouw. Er zat veel huisvlijt tussen, door een internetbekend familielid of sympathisant. Soms werd een resem tekst, beeld en filmpjes doorgegeven aan een websitebouwer (gemiddeld bemiddelde kanidaten), soms werd het geheel uitbesteed aan een communicatiebureau (kandidaten met veel geld).
Wat de professionaliteit of de vorm of de inhoud ook was: in de óvergrote meerderheid van de gevallen was het meest opvallende de tijdelijkheid van al die websites. Snel-snel opgericht eventjes vóór de verkiezingen, met een al dan niet uitgesproken belofte om het allemaal te onderhouden en er veel informatie op te zetten, met alhier en aldaar wat dingen erop, en dan naarmate de datum van de verkiezingen naderde minder en minder activiteit. Te druk, ongetwijfeld.
De gemeente- en provincieraadsverkiezingen zijn al geleden van oktober 2006, en we zitten tussen twee verkiezingen in. De laatste waren die voor het Vlaams en het Europees Parlement in 2009, en de volgende zijn de federale in 2011.
Hoe zou het zitten met al die campagne- en andere websites, zo tussen verkiezingen? Genblogt op onderzoek! We beginnen met de gemeenteraadsleden. In alfabetische volgorde, op voornaam.
Ja, dit wil zeggen dat Vera Dua en Wis Versyp nog even tijd hebben om hun on-line aanwezigheid op te poetsen. Lees verder…
Bij ons thuis gebruiken we internet voor zowat van alles: als kookboek, als krant, als wegenkaart, als restaurantgids, als winkel, als… Maar muziek kopen, nee, dat doen we liever in het echt. Wat is er nu leuker dan rondlopen in de stad en snuisteren tussen cd-doosjes om dan met een nieuwe stapel thuis te komen? En die stapel is letterlijk te nemen, een naam die ik vaag ken, een mooi hoesje,… zo staan er al een aantal te blinken in… tja, mijn cd-kast ging ik zeggen, maar geen enkele kast bij Ikea of de Weba komt ook maar in de buurt van wat we écht nodig hebben. Tot enkele weken (maanden ondertussen?) geleden liep ik vlot binnen en buiten bij de Bilbo. De uitverkoop heb ik gemist en nu loop ik eerlijk gezegd wat verloren. Oh ja, ik nam me voor om eindelijk al die cd’s eens goed te beluisteren.
Met de uitverkoop van Music Mania hebben we een stapel gekocht, de nieuwe in de Walpoortstraat kon ons ook al bekoren maar nu zijn er vooral platen te koop. En hoewel het huishouden recent ook een nieuwe platenspeler rijker is, voel ik toch ook wel wat voor cd’s. Uiteindelijk brengt niet elke muzikant nog platen uit. I-tunes of downloaden zegt me niks, ook al kan je me op de trein wel tegenkomen met oortjes in, het gedoe om back-ups te nemen of je muziek kwijt te spelen. Lees verder…
Deze week laten we Lien Vermassen (zus van Klaartje van vorige week en ook wel bekend onder de derbynaam Lady Vermassacre) aan het woord in de Gent Go Go Roller Girls-reeks over Belgiës eerste (en voorlopig enige?) roller derby team.
“Ah, ok en dat is dan met een bal?”
Bij elke poging om roller derby uit te leggen komt deze vraag wel bovendrijven. Nu, het is een feit, wij Belgen hebben iets met ballen, en is het niet met ballen, dan is het met fietsen. Maar ik moet jullie ontgoochelen: roller derby is niet met een bal, en nog minder met een fiets. Maar… het is wel een sport waar je *** voor moet hebben (figuurlijk dan).
Sinds het ontstaan begin twintigste eeuw heeft roller derby al heel wat watertjes doorzwommen: van een fysieke uithoudingssport tot theatrale tv-momenten tot een aflevering in CSI NY tot wat het nu is: een extreme contactsport. Lees verder…
Wat begon als de zoveelste Facebookgroep, mondde gisteren uit in een protestactie om de aandacht te vestigen op de verkeersonveilige situatie aan de Dampoort. Zo’n driehonderd mensen gaven gisteren gehoor aan de oproep om te verzamelen aan de plek waar vorige maand nog een jonge vrouw om het leven kwam.
Onze fotograaf was erbij, en zag dat het een merkwaardig gezicht was: enkele honderden voetgangers en fietsers verzameld aan weerszijden van de stadsring en verenigd in een stil protest.
Toen Gentblogt bijna 5 jaar geleden van start ging, was ik me van niks bewust. Ik las De Standaard niet, internet gebruikte ik met moeite (ik ben me zelfs aan het afvragen of ik thuis toen al internet had) en hoewel ik officieel in Gent woonde, was Brussel de stad van mijn werk en mijn liefde. Toen dat laatste verdween, kwam ik terug in Gent. Om vast te stellen dat de vriendenkring niet meer in Gent woonde of flink gesetteld was. Het klinkt dramatischer dan het is, want het heeft ook een leuke kant. Ik kon opnieuw op ontdekking in Gent, de stad buiten de mij vertrouwde studentenbuurt en –activiteiten volop verkennen. Mijn kleine Gentse vriendenkring was wel nog te overtuigen om eens iets te gaan eten of iets te gaan drinken, zelden laat en echt veel nieuw volk leerde ik op die manier niet kennen. De grote verhalen aan de toog bleven wat uit, en ook de nieuwe kennismakingen, dus zocht ik mijn heil bij het internet met een profieltje op een site.
En zo kwam ik in contact met iemand met een serieuze boon voor Gentblogt. Om een kort verhaal niet nodeloos te rekken: met die gast is het niks geworden, met Gentblogt des te meer. Ik las mee, zocht zijn reacties en ontdekte mijn stad op een andere manier. Ik trok mijn stoute schoenen aan en nam opnieuw een abonnement in de Vooruit, alleen deze keer. En ik las Gentblogt trouw elke dag, ik durfde zelfs al eens reageren. Ik was zelfs op het eerste verjaardagsfeestje, omdat hij daar ook ging zijn. Ik klikte door naar andere blogs, las daar leuke dingen, reageerde ook al eens. Ik kwam Michel wel eens tegen op de trein, maar zei geen woord. En het blogvirus maakte een nieuw slachtoffer: ik begon uiteindelijk mijn eigen blogje waar ik wat kleine zaken des levens schreef. Tot ilse me een mailtje stuurde, ze had gelezen dat ik gelijk nogal veel films op het filmfestival had gezien en bij Gentblogt zochten ze wel nog wat vers bloed. Of ik niet eens langs kwam naar een redactievergadering… Lees verder…
Circa (Cultuurcentrum Gent) organiseert voor de derde keer op rij Ciné Privé, het filmfestival aan huis en op locatie. Circa wil met dit festival een platform bieden aan bekend en minder bekend filmtalent en de mogelijkheid bieden tot kennismaking met alle facetten van het medium.
Tijdens deze editie is er met Ciné Kadee ook extra aandacht voor kinderen. Er wordt een selectie van onder andere kortfilms, animatiefilms, video-installaties en langspeelfilms aangeboden. Een aantal van deze films viel in 2009 in de prijzen in binnen- en buitenland. Anders dan bij de vorige edities vindt Ciné Privé dit jaar plaats in één bepaalde Gentse wijk: de Bloemekenswijk.