Vergeten schrijvers: Robert Mussche (1)

zondag 29 juni 2008 11u11 | Daniël van Ryssel | 15 reacties
Trefwoorden: , , .

Gentblogt pakt uit met zijn eigen literaire lente die meteen het hele jaar doorloopt. De cirkel is intussen helemaal rond, maar de reeks is lang niet uitgeput. Daniël van Ryssel, lange tijd redacteur van het tijdschrift Yang, is voor ons in zijn uitgebreide archieven gedoken. Hij heeft een reeks mooie stukjes geschreven over literaire figuren die op de achtergrond zijn geraakt, maar ooit een rol van enige betekenis hebben gespeeld.

Robert Mussche is de volgende in een rij vergeten schrijvers die weer voor het voetlicht worden gebracht.

Robert MusscheRobert Camiel Mussche (Wondelgem 1912 – Baai van Lübeck 1945) werd geboren te Wondelgem in 1912, hetzelfde jaar als zijn goede vriend Johan Daisne. Zijn ouders waren door de zwakke gezondheid van de vader zeer arm en woonden op de F. Ferrerlaan in een houten noodwoning (ondertussen al vele jaren verdwenen). Zijn ziekelijke vader Auguste Alphonse, die ook vaak werkloos was, bakte samen met zijn vrouw frieten, die werden verkocht in een fietkraam in de Wondelgemstraat. Een eind verder woonde Dora Mahy en samen hebben ze interessante briefjes gewisseld.

Robert was een uitmuntende leerling en kreeg de gelegenheid om te studeren aan het Atheneum te Gent, waar hij Johan Daisne leerde kennen. Ze raakten zo goed bevriend dat ze altijd samen waren : zondagsmiddags gingen ze geregeld naar de bioscoop en ze maakten lange wandelingen langs de Leie. Ze zijn ook samen naar zee geweest. Hij behoorde op school tot de beste leerlingen van de klas en terwijl de andere jongens nog indianenverhalen lazen, kende hij al Marx en had hij alle Zola’s gelezen die de boekerij “Vooruit” in de Bloemekenswijk rijk was. In zijn kamertje stonden de borstbeelden van Karel van de Woestijne en Marx broederlijk naast elkaar… zoals die nu bij zijn dochter Carmen staan. Na de derdes moest hij van school af om broodwinner voor zijn ouders en broertje te worden. Op voorspraak van de studieprefect Feytmans werd hij bediende bij de Nationale Bank van België naast het Geeraard de Duivelsteen. Op zijn zeventiende begon hij gedichten te schrijven. In de tweede helft van de jaren dertig heeft hij, onder invloed van Musset, Multatuli, François Coppée en de Lamartine zijn mooiste verzen geschreven.


Nog tijdens zijn legerdienst -hij haatte uniformen en droeg met oprechte overtuiging het kentekentje van de anti-oorlogsliga- begon hij op eigen houtje Engels en Spaans te leren in de English Club. Ook daar was hij de beste leerling van de klas. Hij speelde toen met de gedachte uit te wijken naar Zuid-Amerika omdat de reusachtige wouden, de door de zon vergulde rotsvalleien en de geschiedenis van de oorspronkelijke bevolking en haar heroïsche ondergang een grote aantrekkingskracht op hem uitoefenden. Hij informeerde alvast bij professor Amaat Burssens hoe hij daar kon komen.
In 1930 bracht Johan Daisne de vakantie door bij het gezin van Gerard Ceunis in Engeland. Het jaar nadien werd Robert Mussche uitgnodigd en net zoals zijn vriend Johan daisne raakte hij verliefde op de mooie dochter Vanna. Maar Johan Daisne liet ongeschreven rechten gelden dat hij de eerste was. Een tweede kleine aanvaring kwam er later, toen Daisne in zijn roman Aurora een personage had neergezet waarvoor Robert model stond. Robert kon geen vrede nemen met het zielige en ziekelijke personage en voelde zich diep gekwetst. Later werd alles uitgepraat en verklaarde Johan zich door te verwijzen naar de de subtiele overgang tussen “Wahreit und Dichtung”.

Robert Mussche schreef onder het pseudoniem Rudo Reyniers. In 1936 verscheen de gedichtenbundel Oase, samengeteld en ingeleid door Paul De Ryck. Nog in hetzelfde jaar werd hij ook opgenomen in Met veertien jonge dichters, uitgegeven door De Vlaamse Gids. Ook in het In memoriam boek van Johan Daisne zijn heel wat gedichten van hem te lezen.
In de jaren van de burgeroorlog is hij uit idealisme en omdat hij het rechtvaardig achtte naar Spanje getrokken, of liever, daar door de krant Vooruit als verslaggever heen gestuurd. Jammer genoeg is het valiesje dat heel zijn correspondentie uit die periode met o.a. Ernest Hemingway, André Malraux, La Passionaria e.a. bevatte, verloren gegaan. Carmen bezit wel nog zijn verzameling foto’s, o.a. van bombardementen op steden en dorpen en andere oorlogsverschrikkingen. Terug in Gent onderwees hij iedere zondag 61 Spaanse kinderen in hun eigen taal in de stadsschool Spanoghe in de Sint-Lievenspoortstraat. (Ik heb zelf ook heel wat herinneringen aan die lagere school omdat ik er tien jaar later van het derde tot het zesde studiejaar op de banken heb gezeten.) In diezelfde periode verbleef er bij hem thuis op de Ferrerlaan een Spaans pleegmeisje, Carmen heette ze, waar heel het gezin zeer aan gehecht raakte, maar dat na de burgeroorlog verplicht was naar haar land terug te keren. Inmiddels was Robert Mussche gehuwd met Maria Op de Beeck en verhuisde hij naar de Paul Fredericqstraat 73, de vroegere woning van Paul De Ryck. Toen in 1942 het dochtertje van Robert Mussche geboren werd, noemde hij haar ook Carmen.

Robert Mussche was tijdens de Tweede Wereldoorlog lid van het onafhankelijkheidsfront en werkte samen met Achilles Mussche -geen familie!- aan de samenstelling van het clandestiene blad Het Belfort. Toen het hier in Gent te gevaarlijk werd voor hem, week hij uit naar Brussel. Ook daar had hij nog enkele geheime ontmoetingen met Johan Daisne. In 1944 werd hij gearresteerd en, lijdend aan TBC als gevolg van een zware verwonding opgelopen bij het begin van de oorlog in de buurt van Antwerpen, met de laatste deportatietrein als politiek gevangene naar Neuengamme overgebracht.
Negen maanden heeft hij in het kamp doorgebracht Hij werd er, zoals hij dat ook in België had gedaan, de ziel van het georganiseerd verzet. Sterker nog: hij bestuurde er ook de Duitse ondergrondse opstandelingen. Gesterkt door zijn bezieling zag hij er beter uit dan op vooroorlogse foto’s.

Zijn levenseinde was bijzonder tragisch. In de laatste dagen van april 1945 werd de hele kampbevolking, na een vreselijke 10-daagse dodenmars, in schepen opgeladen om onder bewaking van SS-ers naar Lübeck te worden gebracht. Door de uniformen van de SS-ers misleid hebben geallieerde vliegtuigen de boten in de baai van Lübeck gebombardeerd en het grootste deel van de opvarenden is omgekomen. Ook Robert Mussche. Jan Everaert uit Gent is een van de weinigen die zich door urenlang zwemmen heeft kunnen redden en heeft kunnen getuigen van het overlijden van Robert Mussche.

Een van mijn vroegste herinneringen was het steeds maar wachten op je terugreis, papa…
Telkens er een konvooi politieke gevangenen terug uit Duitsland kwam, ging ik aan de hand van mama naar het Sint-Pietersstation. Ik was ongeveer 3 jaar.
Je was er nooit bij, de hel heeft je niet meer losgelaten.
En toch heb je me nooit verlaten, mijn hele leven was je me zeer nabij…
Je dochter Carmen.

Gelukkig draagt zijn dochter Carmen zeer veel zorg voor alles wat haar vader haar heeft nagelaten: zijn handschriften, zijn bibliotheek, zijn bureau, zijn briefwisseling met o.a. de volledige briefwisseling met Johan Daisne. De brieven die Johan Daisne van Robert Mussche heeft ontvangen berusten in het AMVC te Antwerpen.

Bron: Johan Daisne, In memoriam Robert Mussche (Rudo Reyniers. 1912-1945), Aug. Vandeweghe, Gent, 1946. Aangevuld met gegevens me door Carmen Mussche en Dora Mahy mondeling medegedeeld.

© 2008 GENTBLOGT VZW

15 reacties »

  1. Reactie van Descamps jacques

    Ik weet niet of deze mail bij Daniël of Carmen Musschie terecht komt?Daniël herinner mij nog van de Normaalschool en met Carmen Mussche heb ik Germaanse gestudeerd.
    Groetjes,
    Jacques Descamps

    • Reactie van Mussche Carmen

      Toevallig vind ik je reactie op het artikel”Vergeten
      schrijvers”.Leuk nog iets van je te horen na al die
      jaren…Ondertussen woon ik in Lochristi,heb een hele loopbaan les gegeven en heb 3 schattige kleinkinderen.
      Mocht het je interesseren,binnenkort opent de tentoonstelling”Gekleurd Verleden” in de Kunsthal van de Sint Pietersabdij (van 26 november tot in april)
      Ik heb daaraan mijn medewerking verleend met het
      uitgebreide archief van mijn vader.
      Je kunt me altijd bereiken via mail of telefoon.

      Een genegen groet,
      Carmen Mussche
      marc.carmen@skynet.be
      09 355 54 92

      • Reactie van Rita De Vuyst

        Toevallig via de werken van Daisne ben ik hier beland. Ik ben Rita eveneens van Lochisti en ben nu de treinreis van mijn vader René De Vuyst, aan het achterhalen via de werken van Daisne. Het gaat over de treinreis van Brugge naar Z-Fr. via Carcassonne waarvan ook Daisne schrijft. Mijn vader is op 12 mei vertrokken en waarschijnlijk in de herfst via een trein die Daisne heeft helpen bemachtigen naar huis gekomen.
        Ik heb alle stationnetjes die ze gepasseerd zijn. Ondertussen heb ik 3 cd uitgegeven met liederen die hij zelf had opgenomen.
        Mijn vader was ook bij het verzet maar daar weten we heel weinig over.
        Misschien dat we het verleden ooit beter kunnen inkleuren.
        Rita De Vuyst

  2. Reactie van Patrick Vanhoucke

    De tentoonstelling Gekleurd verleden en het gelijknamige boek besteden aandacht aan o.a. de geschiedenis van Robert Mussche.

  3. Reactie van herreman

    als medebestuurslid van de heemkundige en historische kring wondelgem had ik graag indien mogelijk, alle te verkrijgen info over robert mussche naar ons archief gekregen. met dank voor de reacties, bert herreman sint-markoenstraat 19 9032 wondelgem

    • Reactie van Rita De Vuyst

      Ik vraag mij af of u geen materiaal hebt van de treinreis van Brugge naar Z-FR op 12 mei 1940. In de boeken van Daisne heb ik de stad Carcassonne tegengekomen waar mijn vader, René De Vuyst ook geweest is. Hij was ook bij het verzet maar wij weten daar bijna niets van. Hij heeft wel veel bandjes met liederen achter gelaten die ik in 3 cd’s heb uitgegeven. In de boeken van Daisne heb ik veel verdoken informatie gevonden die ik nu aan het bestuderen ben en die in geheimtaal is neergepend.
      Ik heb wel alle stations die de soldaten hebben afgedaan en nog een lijst met namen die mijn vader vroeger heeft opgezocht;
      Elke detail maakt het leven vollediger.
      Rita De Vuyst

  4. Reactie van jose

    Deze jaar, een baskische auteur heeft geschreven a roman die gaat over de verhaal van kleine carmen. De titel van de roman is Mussche en de schrijver is Kirmen Uribe.

  5. Reactie van Karel MORTIER

    Kirmen Urbi, een Spaans schrijver heeft een boek uit over Robert Mussche en het ‘Carmen’-meisje dat hij opving tijdens de Spaanse Burgeroorlog, ‘Lo que mueve el mundo’ editada en Seix Barral.
    ‘El Pais semanal’ van 17 maart 2013, publiceerde hierover een artikel van de hand van de schrijver over hoe het boek ontstond na diverse bezoeken aan Carmen Mussche in Loochristi. Heb het boek besteld, wacht om het te lezen,
    Schrijf er morgen iets over in mijn blog
    http://www.karellmortier/bloggen.be

  6. Reactie van Freddy Du Seuil

    Van vrienden uit Baskenland het boek van Kirmen Uribe over Robert Mussche ontvangen. Het betreft de Spaanse versie onder de titel: Lo que mueve el mundo. Er bestaat ook een versie in het Baskisch onder de titel: Mussche. Op de kaft van deze editie prijkt een foto van Robert Mussche met kleine Carmen op de arm. Aanbevolen lectuur voor de leden van de vereniging “Los Niños de la Guerra”, nog steeds actief in het Gentse.

  7. Reactie van Paul Franssen

    Ik lees momenteel het boek “Lo que mueve el mundo” van Kirmen Uribe in zijn castiliaanse vertaling; daardoor Googelde ik “Robert Mussche” en ben ik op deze blog terecht gekomen. Bizar dat Uribe Johan Daisne de naam “Herman” geeft. Het is de eerste keer dat ik een Baskisch boek lees dat elementen uit België beschrijft, waarbij ik me afvraag hoe juist een buitenlands schrijver zijn visie ontwikkelt, hoe hij zijn informatie vergaart. Zo, bvb. beschrijft Uribe de vissers in Oostduinkerke, die met door ezels getrokken netten glinsterende vissen vangen. Zijn dit dan de paardenvissers die garnalen vangen? En een frietkot lijkt, in zijn boek, een soort stootkar te zijn. En in het weekeinde, gaan de Gentenaars naar de bergen (“al monte”), net zoals Madrilenen. En Gent-Wevelgem gaat over de Ardennen. Interessante vermenging van realiteit en perceptie! Waart haalt deze Kirmen Uribe het een boek te schrijven over Robert Mussche?

    • Reactie van Paul Franssen

      Ik heb het boek inmiddels uit: een prachtig verhaal, goed geschreven, op een niet steeds chronologisch rechtlijnige wijze…emotionerend en uit het hart. De nederlandstalige woorden die in de tekst voorkomen worden meestal nogal verminkt, spijtig dat daar in Spanje niet meer zorg aan wordt besteed! Maar die Kirmen Uribe is een goed schrijver, en het boek brengt ons veel bij over Robert Mussche, de toen heersende sfeer (wij vergeten dat nogal eens uit het oog…) en de moedige mensen die er toch waren!

    • Reactie van Coby Hendriksen

      Is het U niet bekend dat Johan Daisne het schrijverspseudoniem is van Herman Thiery?

    • Reactie van Coby Hendriksen

      Inhakend op uw laatste vraag: het antwoord hierop is te vinden op de blog van Karel Mortier 90 27-03-2013.
      http://karellmortier.bloggen.be (let op.2xL)

      I

  8. Reactie van Coby Hendriksen

    Zojuist heb ook ik het hierboven vermelde boek uitgelezen, eveneens in de castilliaanse vertaling. De reden dat ik het boek bestelde was, dat ik 4 jaar geleden de eerste roman van Kirmen Uribe had gelezen, Bilbao-New York-Bilbao dat ik zeer de moeite waard vond en dat inmiddels enkele literatuurprijzen kreeg. Ik was dus benieuwd naar deze roman, ook al omdat het zou gaan over een van de vele kinderen uit Bilbao die na het bombardement op Guernica om veiligheidsredenen naar andere landen werden gestuurd en hoe het hen daar verging.
    Daar gaat het dus óók over maar de vergeten dichter Robert Mussche, bij wiens ouders de kleine Karmentxu 2 jaar lang een liefevol tehuis had, staat wel centraal in dit verhaal waardoor het vooral een boek over vriendschap, liefde en idealen geworden is tegen een achtergrond van twee oorlogen.
    De titel is ontleend aan de vraag die de twee jeugdvrienden Robert en Herman elkaar stellen: Wat beweegt de wereld, geld, macht of liefde?
    Dat de schrijver ervoor kiest om Robert te laten zeggen dat het de liefde is die ons doet leven, die ons beweegt, past in het beeld van hoe deze man zijn korte moedige leven heeft geleefd.

  9. Reactie van Chris Spriet

    Heel toevallig – het boek werd me aangeraden door de mensen van Boekhandel Walry in Gent – Lo que mueve el mundo gelezen. Bij mijn exemplaar zat een “nota del autor”, waarin die zich voor de foutieve spellingen van nogal wat Gentse (plaats)namen verontschuldigt: schrijffouten die ik zelf veeleer charmant vond. Ze deden me denken aan de manier waarop de Spaans-Baskische auteur ze wellicht zou uitspreken, manier die ze des te authentieker zou doen voorkomen.
    Kirmen U.’s boek stemt bepaald tot nadenken, en ‘pakte’ mij onder andere omdat ik zelf altijd al een levendige belangstelling had, zowel voor de Spaanse Burgeroorlog als de repressie en de uitroeiingskampen van WOII.
    Als germanist studeerde ook ik (1972) in Gent af, ging er middagmalen in de Overpoort (waar Vic O. misschien toen nog de leiding van had!), gaf er stageles in het atheneum-Ottogracht, enz. enz. Een flink stuk couleur locale kwam me zodoende totaal niet onbekend voor.
    Later las ik met veel belangstelling de boeken die o.a. Hemingway (For whom the bell tolls) of Orwell (Homage to Catalonia) over, en dichter Garcia Lorca (alweer zo’n slachtoffer van rechts Spanje toentertijd) in volle Guerra Civil schreven.
    Dat kinderen als Karmentxu onder het Franquistische regime tot en met in België belandden en hier een vrijhaven vonden was mij een tot dusver onbekend gegeven, en het verhaal dat de levensdraden van Robert Mussche, Vic Opdebeeck, Herman Thiery (Johan Daisne) en Carmen-Karmentxu met elkaar verknoopt heeft me sterk geboeid en diep ontroerd.
    Uit Lo que mueve el mundo spreekt diepe menselijke eerlijkheid, een oprechte intellectuele zoektocht naar wat het leven in zijn waarde diepgang verleent en de hartverwarmende kracht van vriendschap en liefde.
    Dat dit eerbetoon Robert Mussche zoveel jaren later postuum alsnog wordt verleend, is weliswaar de verdienste van een, voor mij alsnog onbekende jonge Baskische auteur, maar à la limite komt die eer komt in eerste instantie aan Carmen Mussche toe. Het is zij die met opvallende piëteit en zorgzaamheid de herinnering levendig houdt aan de bijzondere man die haar vader was en die, door dit boek, bij een schare lezers een plaats verwerft.
    ‘Caminante, no hay camino. Se hace el camino al andar’ schrijft dichter G. Machado.
    De wandelaar die Robert Mussche was, het zij gezegd, was geen grote held voor de geschiedenisboeken, maar een gevoelvol en integer mens van eer die, bescheiden, maar vanuit sterke menselijke en sociale betrokkenheid zijn pad baande.

    Chris Spriet
    (auteur-samensteller van de poëziebloemlezing
    We werden honderd jaar ouder – Dichters over de Eerste Wereldoorlog)